De valkuilen van de historische sensatie Een pleidooi voor nuchter ‘getrennt marschieren’ inzake archeologisch-historische contradicties

BMGN: Low Countries Historical Review. 2015;130(4):89-98 DOI 10.18352/bmgn-lchr.10145

 

Journal Homepage

Journal Title: BMGN: Low Countries Historical Review

ISSN: 0165-0505 (Print); 2211-2898 (Online)

Publisher: Utrecht University Library Open Access Journals (Publishing Services)

Society/Institution: Royal Netherlands Historical Society, Koninklijk Nederlands Historisch Genootschap(KNHG)

LCC Subject Category: History (General) and history of Europe: History of Low Countries - Benelux Countries

Country of publisher: Netherlands

Language of fulltext: English, Dutch; Flemish

Full-text formats available: PDF, XML

 

AUTHORS

R.M.R. van Oosten

EDITORIAL INFORMATION

Double blind peer review

Editorial Board

Instructions for authors

Time From Submission to Publication: 40 weeks

 

Abstract | Full Text

<p><strong>The Danger of Historical Sensation: A Plea for a Sober ‘getrennt marschieren’ regarding Archaeological-Historical Contradictions</strong><br />Three issues will be discussed in this article – the castle of Amsterdam (1994-1995), the mikveh of Venlo and the King’s tomb of Middelburg – where initially a tangible archaeological find seems to support a spectacular historical theory. On closer inspection, the combination of archaeological and historical sources has not rendered conclusive interdisciplinary evidence, but only generated castles in the air, fairy tales or at least a version of the past that fails to do justice to both disciplines.</p><p> </p><p>These issues are reason to highlight four methodological rules of thumb concerning historical-archaeological research. In order to prevent collective disillusionment, the most self-evident is to stay sober and down-to-earth and not to get stuck in a stage of enthusiastic intoxication or haze of ‘historical sensation’. Particularly in the case of fascinating historical-archaeological challenges this is a pitfall into which even very experienced researchers risk falling.</p><p> </p><p>This article is part of the <a href="/576/volume/130/issue/4/">discussion forum</a> 'At the Meeting Point of Historical Disciplines'.</p><p><br />In dit artikel worden drie kwesties besproken – het kasteel van Amsterdam (1994-1995), de mikwe van Venlo (2004-2014) en het koningsgraf van Willem II in Middelburg – waarbij een tastbare archeologische vondst aanvankelijk een sensationele historische theorie leek te ondersteunen. De combinatie van archeologische en historische bronnen bleek bij nader inzien geen sluitend interdisciplinair bewijs te leveren, maar slechts luchtkastelen, sprookjes of in elk geval een versie van het verleden die aan geen van beide disciplines recht deed.</p><p> </p><p>Deze kwesties zijn aanleiding om vier methodische vuistregels inzake historischarcheologisch onderzoek voor het voetlicht te brengen. Het meest voor de hand liggend om een collectieve maatschappelijke kater te voorkomen is nuchter blijven en niet in de enthousiasmerende dronkenschap of roes van historische sensatie meegesleurd te worden. Juist bij fascinerende historisch-archeologische vraagstukken, is dat een valkuil waar ook zeer geoefende onderzoekers met open ogen in kunnen lopen.</p><p> </p><p>Dit artikel maakt deel uit van het <a href="/576/volume/130/issue/4/">discussiedossier</a> 'Op het raakvlak van historische disciplines'.</p>