BMGN: Low Countries Historical Review (2018-09-01)

‘Old Citizenry’ in a New State: Civic Militias and Political Crises in Haarlem and Groningen in the First Half of the Nineteenth Century

  • Carolien Boender

DOI
https://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.10586
Journal volume & issue
Vol. 133, no. 3
pp. 24 – 47

Abstract

Read online

Historians have studied the regime change of 1813 in the Netherlands mainly from a national perspective, as the invented new beginning of the United Kingdom of the Netherlands. However, research on Northern Germany has shown that an urban perspective on the regime change of 1813 reveals continuities with the early modern period. The civic initiatives to preserve urban security remind of the civic commitment found in early modern corporate society. Students of the history of The Netherlands generally assume that urban citizenship withered away soon after the introduction of national citizenship in 1795 and so did the civic discourse on the importance of urban society and the civic commitment to the urban community. But did this really disappear together with the early modern political system? This article takes an urban perspective on the regime change of 1813 and studies the appearance of voluntary civic militias in Haarlem and Groningen. Their actions remind of practices and traditions of early modern civic republicanism. Was ‘1813’ a final upsurge of practices of civic republicanism and local authority or just one example of a broader persistence of urban civic traditions in the nineteenth century? This article is part of the special issue 'Political Change and Civic Continuities in the Age of Revolutions'. Historici hebben de regimewisseling van 1813 in Nederland over het algemeen vooral vanuit een nationaal perspectief bestudeerd, als (een al dan niet geconstrueerd) beginpunt van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden. Onderzoek naar Noord-Duitsland leert dat een stedelijk perspectief op de regimewisseling continuïteiten met de vroegmoderne tijd aan het licht brengt. De burgerlijke initiatieven om de veiligheid van de stad te bewaken bijvoorbeeld doen denken aan het betrokken burgerschap uit de vroegmoderne corporatieve samenleving. Historici veronderstellen echter over het algemeen dat in Nederland stedelijk burgerschap al snel na de introductie van nationaal burgerschap in 1795 verdween. Datzelfde zou gelden voor het daaraan verbonden stedelijke vertoog over het belang van de stedelijke corporatieve samenleving en de burgerlijke betrokkenheid bij deze gemeenschap. Maar is die breuk wel zo duidelijk? Om die vraag te beantwoorden kiest dit artikel een stedelijk perspectief en bestudeert de rol van vrijwillige burgermilities in de regimewisseling van 1813 in Haarlem en Groningen. Hun optreden weerspiegelt de praktijk van het vroegmoderne stedelijke republicanisme. Was 1813 de laatste opleving van vroegmoderne tradities of zijn er redenen om aan te nemen dat stedelijke burgerlijke tradities langer bleven bestaan? Dit artikel maakt deel uit van het themanummer 'Political Change and Civic Continuities in the Age of Revolutions'.

Keywords